Home » Dossier Arbeidsrecht » Casus: Wat kan je doen als een concurrentiebeding je loopbaan in de weg staat?

Casus: Wat kan je doen als een concurrentiebeding je loopbaan in de weg staat?

Gepubliceerd op 15 maart 2021 om 22:17

Na een paar jaar in dienst te zijn geweest bij zijn werkgever, wil fysiotherapeut Michiel Assink* bij een soortgelijk bedrijf gaan werken. Hij neemt contact op met FBZ-rechtshulp om te vragen waar hij op moet letten. Dan blijkt een vervelend concurrentiebeding hem in de weg te staan …

FBZ-arbeidsjurist Marlies Welschen neemt de huidige arbeidsovereenkomst van Assink door. Daarin staat een concurrentiebeding, dat erop neerkomt dat als Assink bij zijn werkgever weggaat, hij gedurende twee jaar in de hele regio rondom Amsterdam niet als fysiotherapeut kan werken. Er geldt bovendien een boetebeding: als Assink het concurrentiebeding overtreedt, moet hij een hoge boete betalen.

Beperkend

“Concurrentiebedingen komen in de zorg helaas steeds meer voor en ze zijn erg beperkend als je uit dienst treedt”, vertelt Welschen. Een concurrentiebeding bevat een verbod voor de werknemer om na het einde van zijn contract gedurende een bepaalde periode soortgelijke werkzaamheden uit te oefenen bij een andere praktijk of als zelfstandig ondernemer. “In tijdelijke arbeidsovereenkomsten is een concurrentiebeding niet toegestaan, tenzij er sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen die een werkgever zorgvuldig moet motiveren. In contracten voor onbepaalde tijd kan wel een concurrentiebeding worden opgenomen. Wij adviseren bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst altijd om te proberen dat beding eruit te halen”, aldus Welschen.

Waarom een beding?

Werkgevers willen een concurrentiebeding nog wel eens gebruiken om investeringen in de werknemer (in tijd en geld) terug te halen. “Daar is een concurrentiebeding echter niet voor bedoeld”, benadrukt Welschen. “Een concurrentiebeding is er met name om de opgebouwde knowhow en goodwill van de werkgever te beschermen en niet om werknemers te binden of om ervoor te zorgen dat ze pas na het betalen van een vergoeding kunnen vertrekken.”

Om tafel met de werkgever

Welschen adviseert Assink om met zijn werkgever in gesprek te gaan. Wellicht is de werkgever bereid hem niet aan het concurrentiebeding te houden. Een andere oplossing is het beding om te zetten naar een goed afgebakend relatiebeding. Er wordt afgesproken dat Assink geen patiënten van zijn huidige werkgever mag werven om over te stappen naar een volgende werkgever.  Welschen legt Assink uit dat als zijn werkgever voet bij stuk houdt, hij een procedure bij de kantonrechter kan beginnen. “Wij kunnen zo’n procedure voeren en de rechter vragen het concurrentiebeding ongedaan te maken of in het voordeel van de werknemer aan te passen. Of de rechter daartoe beslist, hangt onder meer af van de vraag of de arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever een aanzienlijke verbetering oplevert voor de werknemer, bijvoorbeeld qua inkomen. De rechter kan ook het toepassingsgebied waarvoor het beding geldt beperken of de termijn die in het beding staat verkorten.”

Resultaat

Assink hoopt dat het zover niet komt en gaat het gesprek met zijn werkgever aan. Aanvankelijk wil die vasthouden aan het concurrentiebeding. Daarop neemt Welschen contact met hem op en licht eventuele vervolgstappen toe. Na goed overleg wil de werkgever het concurrentiebeding omzetten in een relatiebeding voor de duur van een jaar. Dat is voor Assink geen probleem. Met zijn nieuwe werkgever is hij overigens geen concurrentiebeding overeengekomen …

Via het KNGF loondienst compleet pakket ontvang je als FDV-lid juridische ondersteuning bij arbeidsrechtelijke zaken.

Neem daarvoor contact op met ledenvoorlichting van KNGF via: ledenvoorlichting@kngf.nl

Deze casus is overgenomen van FBZ.

* de naam is fictief om de anonimiteit van de werknemer te waarborgen.


«